
Hoe maak je buitenverwarmers die echt lang meegaan?
Als je ooit een verwarmingsapparaat naar buiten hebt geplaatst, weet je wat de uitdagingen zijn. Regen, vochtigheid en extreme temperatuurschommelingen zijn bedoeld om het apparaat te beschadigen. Het gaat niet alleen om willekeurige kortsluitingen; vocht tast ook de coating aan en zorgt voor roest op de contactpunten, tot het apparaat uiteindelijk het opgeeft.
Het IP66-standaard
Wij maken onze buitenverwarmers volgens de IP66-standaard. Dat klinkt misschien als een hoop onbegrijpelijke termen, maar hier is wat het voor jou betekent: het eerste ‘6’ zorgt ervoor dat stof niet naar binnen kan komen. Het tweede ‘6’ betekent dat het apparaat bestand is tegen sterke waterstraalen van alle kanten.
We bereiken dit door gebruik te maken van precieze afdichtingen en goed afgesloten kabelopeningen. Waarom? Omdat als er water op een gloeiend hete kwartstube terechtkomt, het glas meteen kan barsten. Een goede afdichting voorkomt dit.
Vechten tegen mist
Maar het voorkomen van regen is nog maar de halve strijd. Je hebt vast wel gezien hoe vervelende mist of condensatie zich kan vormen in de lens. Dat is erg storend. Wij gebruiken hydrofobe coatings en slimme ventilatiekanalen om het vocht weg te houden van de verwarmingzones.
Als je dit niet doet, ontstaan er vlekken op de reflector. Wanneer het water verdampt, blijven er mineralen achter die als een soort ‘schild’ fungeren en de warmte blokkeren. Ons anti-mistontwerp zorgt er echter voor dat de reflector schoon blijft, zodat je nog steeds dezelfde warmte krijgt na vijf jaar gebruik.
Een belangrijk punt over warmte
Er is een compromis: wanneer je alles zo goed afsluit om water buiten te houden, heeft de warmte nergens naartoe te gaan. Omdat de IP66-hoesing de luchtstroom beperkt, werken de elektronische onderdelen wat warmer dan in een goedkope, open constructie. Zorg er dus voor dat je bevestigingsmateriaal de ventilatiekanalen niet blokkeert.
En nog een tip: specificeer de vermogenswaarde niet te hoog als je het apparaat op een kleine plek plaatst. Als er geen luchtstroom is, zal het apparaat te heet worden. Pas de vermogenswaarde dus aan op de werkelijke luchtstroom in de ruimte, zodat je voorkomt dat het apparaat te vroeg kapotgaat.